
Waarom we onze badkamerlampen onderwerpen aan een “stoomtest”
Laten we eerlijk zijn: badkamers zijn een nachtmerrie voor elektronica. Er is veel stoom, grote temperatuurschommelingen en hoge luchtvochtigheid. Als een verlichtingslamp niet bestand is tegen zulke omstandigheden, gaan de afsluitingen kapot, het gloeidraad breekt en de lamp werkt al snel niet meer.
We willen geen gokken wanneer een lamp het nog zal uithouden. Daarom gebruiken we tests in een omgeving met hoge luchtvochtigheid en hoge temperaturen.
Waarom deze lampen eigenlijk kapotgaan
De meeste infraroodlampen bestaan uit kwartsbuizen en wolframglowdraden. Eenvoudig, toch? Maar er is één probleem: in een vochtige badkamer kan vocht gemakkelijk binnendringen in de kleine ruimtes tussen de glazen buis en de metalen uiteinden. Zodra waterdamp in contact komt met het hete gloeidraad, ontstaan er ‘hot spots’. Hierdoor barst de buis.
Om dit te voorkomen, maken we gebruik van speciale afsluitingen en legeringen die niet roesten of corrosie vertonen. Is dat duurder? Ja, maar het voorkomt dat de contactpunten zwart worden, zoals bij goedkope lampen.
Een belangrijk punt: een hoger vermogen betekent meer warmte. Meer warmte zorgt er weer voor dat metaal en glas zich meer uitzetten en samentrekken. Dit zorgt voor veel druk op de afsluitingen.
We hebben veel tijd besteed aan het fine-tunen van de toleranties van onze R7- en Sk15-montages, zodat ze deze stress aankunnen. Let erop dat je ze tijdens installatie niet te strak aandraait. Anders kan de kwartsbuis zelfs barsten.
Hoe we weten of het werkt
Terwijl de lampen in de testkamer staan, houden we de lekstroom en de weerstand in de gaten. Het is vrij eenvoudig: als een lamp de test voltooit zonder te flikkeren of elektriciteit te lekken naar het chassi, dan sluit deze de test met succes af. Het gaat allemaal om de afsluiting: als het vocht buiten blijft, blijft de lamp branden.